Ik accepteer het gebruik van cookies op deze site.

Om deze website beter te laten functioneren maken wij gebruik van cookies. Wilt u meer weten over de wijze waarop wij cookies inzetten, kijk dan a.u.b. naar onze Cookie beleid.. Kiest u ervoor om door te gaan zonder je cookie instelling aan te passen, dan stemt u in met het gebruik van cookies. Indien gewenst kunt u in onze Cookie beleid instructies vinden om, door middel van een verandering in je instellingen, cookies te verwijderen.

Begrippen
12

Het doel van de scrum is om het spel, na een kleine overtreding of oponthoud snel, veilig en eerlijk te herstarten.

Een scrum wordt gevormd in het speelveld indien acht spelers van elk team, gebonden met elkaar in drie rijen van elk team, zo dichtbij de tegenstander komen dat de hoofden van de eerste rij onderling in elkaar schuiven. Dit creëert een tunnel waar de scrumhalf de bal ingooit zodat de eerste rij spelers kunnen strijden om balbezit door de bal te hoeken met één van beide voeten.

De middelste rij van een scrum moet niet binnen 5 meter van de doellijn zijn. Een scrum kan niet plaatsvinden binnen 5 meter van een zijlijn.

De tunnel is de ruimte tussen de twee eerste rijen.

De speler van één van beide teams die de bal in de scrum gooit is de scrumhalf.

De middelste lijn is een denkbeeldige lijn op de grond in de tunnel, onder de lijn waar de schouders van de twee eerste rijen elkaar raken.

De middelste speler in de twee eerste-rijen is de hooker.

De spelers aan beide kanten van de hooker zijn de props. De linker props zijn de loose-head props. De rechter props zijn de tight-head props.

De twee spelers in de tweede rij, die tegen de props en de hooker duwen, zijn de locks.

De buitenste spelers, die zich binden aan de tweede of derde rij, zijn de flankers.

De speler in de derde rij, die normaal gesproken duwt tegen de beide locks, is de No. 8. Alternatief, de No. 8 mag tegen een lock en een flanker duwen.

20.1 Een scrum vormen
(a)
Waar een scrum plaatsvindt. De plaats voor een scrum is de plek waar de overtreding of oponthoud heeft plaatsgevonden, of zo dicht als praktisch mogelijk in het speelveld, tenzij anders staat omschreven in de spelregels.

(b)

Als dit minder dan 5 meter van de zijlijn af is, is de plaats voor de scrum 5 meter van die zijlijn. Een scrum kan alleen plaatsvinden in het speelveld. De middelste lijn van een scrum mag niet binnen 5 meter van de doellijn zijn wanneer de scrum gevormd wordt.

(c)

Als er een overtreding of oponthoud in het doelgebied is, is de plaats voor de scrum 5 meter van de doellijn. De scrum wordt gevormd in lijn met de overtreding of het oponthoud.

(d)
Geen vertraging. Een team mag niet opzettelijk vertragen bij het formeren van een scrum. Een team moeten binnen 30 seconden klaarstaan nadat de scheidsrechter de mark voor de scrum heeft aangegeven tot het moment van “crouch” .

Straf: Vrije schop

(e)
Aantal spelers: acht. Een scrum moet uit acht spelers van elk team bestaan. Alle acht spelers moeten gebonden blijven totdat de scrum eindigt. Elke eerste rij moet bestaan uit drie spelers, niet meer en niet minder. Twee locks moeten de tweede rij vormen.

Straf: Strafschop

Uitzondering: Indien een team is gereduceerd tot minder dan vijftien spelers, voor welke reden dan ook, dan mag het aantal spelers van elk team in de scrum gelijkmatig verminderd worden. Indien een toegestane vermindering gemaakt wordt door één team, is het geen vereiste voor het andere team om een gelijkwaardige vermindering te maken. Daarbij opgemerkt dat een team niet minder dan 5 spelers in een scrum mag hebben.

Straf: Strafschop

(f)
Eerste rijen komen in. Eerst, geeft de scheidsrechter met de voet de plaats waar de scrum gevormd moet worden aan. Voordat de twee eerste rijen samenkomen, moeten zij niet meer dan een armlengte uit elkaar staan. De bal is in de scrumhalf zijn handen, klaar om ingeworpen te worden. De eerste rijen moeten hurken zo dat wanneer zij elkaar treffen, elke speler zijn hoofd en schouders niet lager heeft dan de heupen. De eerste rijen moeten oor tegen oor staan zodat geen enkele speler zijn/haar hoofd naast het hoofd van een teamgenoot is.

Straf: Vrije schop

(g)

De scheidsrechter zal “crouch” en dan “bind” roepen. De eerste rijen hurken en met gebruik van de buitenste arm moet iedere prop binden. Een loose-head prop moet zijn linkerarm onder de rechterarm van de tight-head plaatsen en op de zijkant of rug van de shirt van de tight-head shirt binden. Een tight-head prop moet zijn rechterarm buiten de linkerarm van de loose-head plaatsen en op de zijkant of rug van de shirt van de tight-head shirt binden. De props mogen niet de borst, arm, mouw of kraag van de tegenstander pakken. Na een pauze en wanneer de eerste-rijen klaar zijn roept de scheidsrechter 'set'. De eerste-rijen mogen hierna inkomen. De 'set' kreet is geen commando maar een indicatie dat de eerste-rijen in mogen komen. De sanctie voor iedere overtreding hierbij is een vrije-schop

Straf: Vrije schop

(h)

Een gehurkte lichaamshouding is de verandering van de stand van het lichaam door de knieën te buigen om in te kunnen komen zonder te forceren.

(i)
Onbesuisd inkomen. Een eerste rij mag zich niet formeren op een afstand van de tegenstander en dan onbesuist inkomen of de tegenstander naar zich toe trekken. Dit is gevaarlijk spel.

Straf: Strafschop

(j)
Stationair en parallel. Totdat de bal de handen van de scrum-half verlaat, moet de scrum stationair blijven en de middelste lijn moet parallel aan de doellijnen zijn. Een team mag de scrum niet van de mark wegduwen voordat de bal is ingeworpen.

Straf: Vrije schop

20.2 Eerste-rij spelers posities
(a)
Alle spelers in de positie om te duwen. Indien een scrum gevormd is, moet het lichaam en de voeten van elke eerste rij speler in een normale positie zijn om een voorwaartse duw te maken.

Straf: Vrije schop

(b)

Dit betekent dat de eerste rij spelers beide voeten op de grond moeten hebben, met hun gewicht vast op tenminste één voet. Spelers mogen hun voeten niet kruisen, hoewel de voet van een speler met een teamgenoot zijn/haar voet mag kruisen. Elke speler zijn/haar schouders mogen niet lager zijn dan de heupen.

Straf: Vrije schop

(c)
Hooker in de positie om te hoeken. Totdat de bal is ingeworpen, moet de hooker in een positie zijn om de bal te hoeken. De hookers moeten beide voeten op de grond hebben, met hun gewicht vast op tenminste één voet. Een hooker zijn/haar voorste voet mag niet voor de voorste voet de props zijn van hetzelfde team.

Straf: Vrije schop

20.3 Binden in de scrum

Begrippen

Indien een speler zich bindt met een teamgenoot, moet de speler de hele arm van hand tot schouder gebruiken om het lichaam van de teamgenoot vast te pakken op of onder de oksel. Alleen maar een hand plaatsen op een andere speler geldt niet als binden.

(a)
Binding door alle eerste rij spelers. Alle eerste rij spelers moeten zich stevig en doorlopend binden vanaf de start tot het eind van de scrum.

Straf: Strafschop

(b)
Binding door de hookers. De hooker mag zich binden over of onder de armen van de props. De props mogen de hooker niet ondersteunen zodat de hooker geen gewicht heeft op één van beide voeten.

Straf: Strafschop

(c)
Binding door de loose-head props. Een loose-head prop moet zich binden op de tight-head prop van de tegenstander door de linkerarm te plaatsen binnen de rechterarm van de tight-head en zijn/haar shirt vast te pakken op de achter- of zijkant. De loose-head prop mag niet aan de borst, arm, mouw of kraag van de tight-head prop van de tegenstander binden. De loose-head prop mag geen enkele neerwaartse druk uitoefenen.

Straf: Strafschop

Binding door de props

(d)
Binding door tight-head props. Een tight-head prop moet zich binden aan de loose-head prop van de tegenstander door de rechterarm buiten de linker bovenarm van de loose-head prop van de tegenstander te plaatsen. De tight-head prop mag alleen met de rechterhand de loose-head prop zijn/haar shirt op de achter- of zijkant vastpakken. De tight-head prop mag niet aan de borst, arm, mouw of kraag van de loose-head prop van de tegenstander binden. De tight-head prop mag geen enkele neerwaartse druk uitoefenen.

Straf: Strafschop

(e)

Zowel de loose-head props als de tight-head props mogen de binding veranderen, op voorwaarde dat dit overeenkomt met deze spelregel.

(f)
Binding door alle andere spelers. Alle spelers in een scrum, behalve de eerste rij-spelers, moeten zich binden aan het lichaam van een lock met tenminste één arm voordat de scrum inkomt. De locks moeten zich binden met de props voor hen. Geen andere speler behalve een prop mag een tegenstander vasthouden.

Straf: Strafschop

(g)
Flanker hindert scrumhalf tegenstander. Een flanker mag zich binden in iedere hoek, op voorwaarde dat de flanker zich op de juiste manier heeft gebonden. De flanker mag die hoek niet verwijden en op die manier de scrumhalf hinderen die voorwaarts beweegt.

Straf: Strafschop

(h)
Speler omhoog geduwd. Als een speler omhoog wordt getild in een scrum, of omhoog wordt geduwd uit de scrum, moet de scheidsrechter onmiddellijk fluiten zodat de spelers stoppen met duwen.
20.4 Het team dat de inworp neemt bij een scrum

(a)

Na een overtreding neemt het team dat de overtreding niet veroorzaakte de inworp.

(b)

Scrum na een ruck. Verwijzen naar spelregel 16.7.

(c)

Scrum na een maul. Verwijzen naar spelregel 17.6.

(d)
Scrum na ieder ander oponthoud. Na ieder ander oponthoud of onregelmatigheid niet afgedekt door de spelregels, het team dat zich voorwaarts bewoog voor het oponthoud neemt de inworp. Als geen van beide teams voorwaarts bewoog, neemt het aanvallende team de inworp.

(e)

Indien een scrum stationair blijft en de bal niet onmiddellijk verschijnt, wordt opnieuw de scrum genomen op de plek van het oponthoud. De bal wordt ingeworpen door het team dat niet in balbezit was op moment van het oponthoud.

(f)

Indien een scrum stationair wordt en niet onmiddellijk start te bewegen, moet de bal onmiddellijk verschijnen. Als dit niet gebeurt, wordt opnieuw de scrum genomen. De bal wordt ingeworpen door het team dat niet in balbezit was op moment van het oponthoud.

(g)

Als een scrum instort of omhoog in de lucht gaat zonder een straf, wordt de scrum opnieuw genomen en het team dat oorspronkelijk de inworp nam zal de bal opnieuw mogen ingooien.

Als een scrum hervormd moet worden door een reden die niet is beschreven en niet gedekt wordt door deze spelregel, is de inworp opnieuw voor het team dat oorspronkelijk de inworp nam.

20.5 De bal in een scrum werpen
Geen vertraging. Op het moment wanneer de eerste rijen zijn samengekomen, moet de scrumhalf de bal zonder vertraging ingooien. De scrumhalf moet de bal ingooien wanneer de scheidsrechter zegt dat het moet. De scrumhalf moet de bal ingooien van de kant van de scrum die het eerste gekozen is.

Straf: Vrije schop

20.6 De wijze waarop de scrumhalf de bal ingooit

Inworp bij de scrum

(a)

De scrumhalf moet één meter van de mark op de middelste lijn staan zodat die speler zijn/haar hoofd de scrum niet raakt of voorbij de dichtst bijzijnde eerste rij speler gaat.

Straf: Vrije schop

(b)

De scrumhalf moet de bal met beide handen vasthouden, met de langste as parallel aan de grond en aan de zijlijn over de middelste lijn tussen de eerste rijen, halverwege tussen knie en enkel.

Straf: Vrije schop

(c)

De scrumhalf moet de bal snel ingooien. De bal moet worden losgelaten van de scrumhalf zijn/haar handen van buiten de tunnel.

Straf: Vrije schop

(d)

De scrumhalf moet de bal recht langs de middelste lijn ingooien, zodat de bal als eerste voorbij de breedte van de dichtstbijzijnde prop zijn/haar schouders de grond raakt.

Straf: Vrije schop

(e)

De scrumhalf moet de bal ingooien met een enkele voorwaartse beweging. Dit betekent dat er geen achterwaartse beweging met de bal mag zijn. De scrumhalf mag geen schijnbeweging maken.

Straf: Vrije schop

20.7 Wanneer de scrum begint

(a)

Het spel in de scrum start wanneer de bal de handen van de scrumhalf verlaat.

(b)

Als de scrumhalf de bal ingooit en het komt uit één van beide einden van de tunnel, moet de bal opnieuw worden ingegooid tenzij een vrije schop of penalty wordt toegekend.

(c)

Als de bal niet wordt gespeeld door een eerste rij speler en de bal gaat recht door de tunnel en komt zonder te zijn aangeraakt achter de voet van een verre prop uit, moet de scrumhalf nog een keer de inworp nemen.

20.8 Eerste rij spelers
(a)
Hoeken voor de inworp (‘voet omhoog’). Alle eerste rij spelers moeten hun voeten plaatsen om een vrije tunnel te maken. Totdat de bal de scrumhalf zijn/haar handen heeft verlaten, mogen zij niet een voet omhoog tillen of vooruit steken. Zij mogen niet iets doen om te voorkomen dat de bal correct in de scrum wordt geworpen of de grond op de correcte plaats raakt.

Straf: Vrije schop

(b)
Hoeken na de inworp. Zodra de bal de grond raakt in een tunnel, mag een eerste rij speler zijn/haar voet gebruiken om balbezit te winnen.
(c)
Uit schoppen. Een eerste rij speler mag niet opzettelijk de bal uit een tunnel schoppen in de richting vanwaar de bal was ingeworpen.

Straf: Vrije schop

(d)

Als de bal onopzettelijk wordt uitgekickt, moet hetzelfde team opnieuw de inworp nemen.

(e)

Als de bal herhaaldelijk wordt uitgekickt, moet de scheidsrechter dit behandelen als opzettelijk en de overtreder straffen.

Straf: Strafschop

(f)
Swinging. Een eerste rij speler mag niet voor de bal hoeken met beide voeten. Geen speler mag opzettelijk beide voeten van de grond halen, noch wanneer de bal wordt ingeworpen, noch daarna.

Straf: Strafschop

(g)
Draaien, omlaag bewegen of instorten. Eerste rij spelers mogen het lichaam niet draaien, verlagen, of aan tegenstanders trekken, of enig actie maken waardoor de scrum kan instorten, noch wanneer de bal wordt ingeworpen, noch daarna.

Straf: Strafschop

(h)

Scheidsrechters moeten het opzettelijk laten instorten van de scrum strikt bestraffen. Dit is gevaarlijk spel.

Straf: Strafschop

(i)
Een tegenstander omhoog tillen of forceren. Een eerste rij speler mag een tegenstander niet optillen of opwaarts uit een scrum forceren, noch wanneer de bal wordt ingeworpen, noch daarna. Dit is gevaarlijk spel.

Straf: Strafschop

Variaties
20.9 Scrum – Algemene restricties
(a)
Alle spelers: Instorten. Een speler mag niet opzettelijk een scrum laten instorten. Een speler mag niet opzettelijk vallen of knielen in een scrum. Dit is gevaarlijk spel.

Straf: Strafschop

(b)
Alle spelers: Bal oppakken in de scrum. Spelers mogen de bal in de scrum niet aanraken met de handen of oppakken met de benen.

Straf: Strafschop

(c)
Alle spelers: overige beperkingen om de bal te winnen. Spelers mogen niet proberen om de bal te winnen in een scrum door enig lichaamsdeel te gebruiken behalve de voet of onderbeen.

Straf: Vrije schop

(d)
Alle spelers: indien de bal uit een scrum komt, laat hem eruit. Indien de bal een scrum heeft verlaten, mag een speler de bal niet terugbrengen in de scrum.

Straf: Vrije schop

(e)
Alle spelers: niet op de bal vallen. Een speler mag niet op of over de bal vallen als de bal uit de scrum komt.

Straf: Strafschop

(f)
Locks en flankers: blijven uit de tunnel. Een speler die geen eerste rij speler is, mag de bal niet spelen in de tunnel.

Straf: Vrije schop

(g)
Scrumhalf: schoppen in de scrum. Een scrumhalf mag de bal niet schoppen terwijl de bal in de scrum is.

Straf: Strafschop

(h)
Scrumhalf: schijnbeweging. Een scrumhalf mag geen actie ondernemen om de tegenstanders te laten denken dat de bal uit de scrum is terwijl de bal nog steeds in de scrum is.

Straf: Vrije schop

(i)
Scrumhalf: houdt een flanker vast. Een scrumhalf mag een flanker van de tegenstander niet grijpen of vasthouden.

Straf: Strafschop

Variaties
20.10 De scrum beëindigen
(a)
De bal komt eruit. Indien de bal uit de scrum komt, in een andere richting dan de tunnel, eindigt de scrum.
(b)
Scrum in het doelgebied. Een scrum kan niet plaatsvinden in het doelgebied. Wanneer de bal in een scrum op of over de doellijn is, eindigt de scrum en een aanvaller of verdediger mag de bal op de grond drukken voor een try of een touch-down.
(c)
Achterste speler verbreekt binding. De achterste speler in een scrum is de speler wiens voeten het dichtste bij het team zijn eigen doellijn is. Als de achterste speler de binding met de scrum loslaat met de bal aan die spelers voeten en de bal oppakt, eindigt de scrum.

(d)

Als een team de bal bij de voeten van de nummer 8 heeft, en probeert vooruit te komen maar dat lukt niet, zal de scheidsrechter roepen: “use-it” als de bal daar al een tijdje ligt (3-5 seconden). Het team moet onmiddellijk de bal spelen.

Variaties
20.11 Scrum gedraaid

(a)

Als een scrum meer dan 90 graden gedraaid is, zo dat de middelste lijn voorbij een positie parallel aan de zijlijn is, moet de scheidsrechter het spel stoppen en een andere scrum gebieden.

(b)

Deze nieuwe scrum wordt gevormd op de plek waar de vorige scrum is beëindigd. De bal wordt ingeworpen door het team eerder de inworp nam.

Variaties
20.12 Buitenspel bij een scrum

(a)

Wanneer een scrum is gevormd, moet de scrumhalf, die niet de inworp neemt, een positie innemen aan dezelfde kant van de scrum als de ingooiende scrumhalf of achter de buitenspellijn aangewezen voor andere spelers.

(b)
Buitenspel voor scrumhalfs. Wanneer een team de bal heeft gewonnen in een scrum, is de scrumhalf van dat team buitenspel als beide voeten voor de bal zijn wanneer de bal nog in de scrum is. Als de scrumhalf maar één voet voor de bal heeft, is de scrumhalf niet buitenspel.

Straf: Strafschop

Scrum buitenspel

(c)

Indien een team de bal heeft gewonnen in een scrum, is de scrumhalf van de tegenstander buitenspel indien hij/zij met een van beide voeten voorbij de bal stapt. De scrum-half mag niet in de ruimte staan tussen de flanker en de nummer 8 als hij de bal in de scrum aan het volgen is.

Straf: Strafschop

(d)

De scrumhalf wiens team niet het balbezit wint, mag niet naar de andere zijde van de scrum bewegen en de buitenspellijn overstappen. Voor die scrumhalf loopt de buitenspellijn door de achterste voet van die speler zijn/haar team in de scrum.

Straf: Strafschop

(e)

De scrumhalf wiens team geen balbezit wint, mag niet van de scrum weg bewegen en dan voor de buitenspellijn blijven. Voor die scrumhalf loopt de buitenspellijn door de achterste voet van die speler zijn/haar team in de scrum.

Straf: Strafschop

(f)

Iedere speler mag scrumhalf zijn, maar een team kan maar één scrumhalf bij elke scrum hebben.

Straf: Strafschop op de buitenspellijn

(g)
Buitenspel voor spelers niet in de scrum. Spelers die niet in de scrum zijn met uitzondering van de scrumhalf, zijn buitenspel als zij voor de buitenspellijn blijven of de buitenspellijn overstappen, wat een lijn parallel aan de doellijnen is en 5 meter achter de achterste voet van een speler van elk team in een scrum is.

Straf: Strafschop op de buitenspellijn12

(h)

Als de achterste voet van een team op of achter dat team zijn doellijn is, is de buitenspellijn voor scrumhalfs en niet-deelnemers de doellijn.

(i)
Getreuzel. Wanneer een scrum wordt gevormd, moeten spelers die niet deelnemen zich naar hun buitenspellijn zonder vertraging terugtrekken. Als zij dat niet doen, zijn zij aan het treuzelen. Treuzelaars moeten worden gestraft.

Straf: Strafschop op de buitenspellijn

20.13 Onder 19 variaties in volwassen wedstrijden

Een Bond mag de onder 19 scrum spelregel variaties implementeren op gedefinieerde niveaus van het spel binnen zijn/haar jurisdictie.