Ik accepteer het gebruik van cookies op deze site.

Om deze website beter te laten functioneren maken wij gebruik van cookies. Wilt u meer weten over de wijze waarop wij cookies inzetten, kijk dan a.u.b. naar onze Cookie beleid.. Kiest u ervoor om door te gaan zonder je cookie instelling aan te passen, dan stemt u in met het gebruik van cookies. Indien gewenst kunt u in onze Cookie beleid instructies vinden om, door middel van een verandering in je instellingen, cookies te verwijderen.

Begrippen

Het doelgebied is het gedeelte van het terrein zoals gedefinieerd in spelregel 1 waar de bal op de grond gedrukt mag worden door spelers van beide teams.

Wanneer aanvallende spelers als eerste de bal op de grond drukken in de tegenstander zijn doelgebied, scoren de aanvallende spelers een try.

Wanneer verdedigende spelers als eerste de bal op de grond drukken in het doelgebied, maken de verdedigende spelers een touch-down.

Een verdedigende speler die één voet op de doellijn of in het doelgebied heeft en de bal ontvangt, wordt beschouwd beide voeten in het doelgebied te hebben.

22.1 De bal drukken

De bal drukken

Er zijn twee manieren waarop een speler de bal kan drukken.

(a)
Speler raakt de grond met de bal. Een speler drukt de bal door de bal vast te houden en de grond ermee te raken in het doelgebied. ‘Vasthouden’ betekent vasthouden in de hand of handen, of in de arm of armen. Geen neerwaartse druk is vereist.12
(b)
Speler drukt op de bal. Een speler drukt de bal indien het op de grond is in het doelgebied en de speler drukt neer op de bal met een hand of handen, arm of armen, of de voorkant van de speler zijn/haar lichaam van middel tot nek inbegrepen.
22.2 De bal oppakken

De bal oppakken van de grond is niet de bal drukken. Een speler mag de bal oppakken in het doelgebied en het ergens anders in het doelgebied drukken.

22.3 Bal is gedrukt door een aanvallende speler
(a)
Try. Wanneer een aanvallende speler die on-side is als eerste de bal drukt in de tegenstander zijn doelgebied, scoort de speler een try. Dit geldt wanneer een aanvallende of een verdedigende speler verantwoordelijk is voor de aanwezigheid van de bal in het doelgebied.

(b)

Indien een aanvallende speler die balbezit heeft de bal drukt in het doelgebied en gelijktijdig in contact komt met de doelzijlijn of de achterlijn (of overal daar achter), wordt een 22m drop-out toegekend aan het verdedigende team.

22.4 Overige manieren om een try te scoren
(a)
Gedrukt op de doellijn. De doellijn is onderdeel van het doelgebied. Als een aanvallende speler als eerste de bal drukt op een tegenstander zijn doellijn, is er een try gescoord.
(b)
Gedrukt tegen een doelpaal. De doelpalen en de paalbescherming er omheen zijn onderdeel van de doellijn, wat onderdeel is van het doelgebied. Als een aanvallende speler als eerste de bal op de grond drukt tegen een doelpaal of paalbescherming, is er een try gescoord.

Een try scoren – gedrukt tegen de doelpaal

(c)
Pushover-try. Een scrum of ruck kan niet plaatsvinden in het doelgebied. Als een scrum of ruck in het doelgebied geduwd wordt, mag een aanvallende speler de bal drukken op het moment dat de bal de doellijn bereikt of overschrijdt en is er een try gescoord.
(d)
Momentum-try. Als een aanvallende speler met de bal getackeld wordt kort voor de doellijn maar de vaart van de speler brengt de speler in een ononderbroken beweging over de grond in de tegenstander zijn doelgebied en de speler is als eerste om de bal te drukken, is er een try gescoord.
(e)
Getackeld dichtbij de doellijn. Als een speler is getackeld dichtbij de tegenstander zijn doellijn zodat deze speler onmiddellijk zich kan uitstrekken en de bal op of over de doellijn drukken, is er een try gescoord.

(f)

In deze situatie, verdedigende spelers die op hun voeten staan mogen legaal de try voorkomen door de bal uit de getackelde speler zijn/haar handen of armen te trekken, maar mogen de bal niet kicken.

Speler die buiten is het doelgebied, draagt niet de bal maar drukt de bal en scoort een try

(g)
Speler is uit of uit in het doelgebied. Als een aanvallende speler uit is of uit in het doelgebied is, kan de speler een try scoren door de bal te drukken in de tegenstanders doelgebied op voorwaarde dat de speler de bal niet draagt.
(h)
Penalty-try. Een penalty-try wordt toegekend als een try waarschijnlijk gescoord zou worden maar wegens gemeen spel door het verdedigende team gebeurt dit niet. Een penalty-try wordt toegekend als een try waarschijnlijk gescoord zou worden in een betere positie maar wegens gemeen spel door het verdedigende team gebeurt dit niet.

(i)

Een penalty-try wordt toegekend tussen de doelpalen. Het verdedigende team mag de conversie kick na een penalty-try aanvallen.

22.5 Bal gedrukt door een verdedigende speler
(a)
Touch-down. Wanneer verdedigende spelers als eerste de bal drukken in het eigen doelgebied, resulteert dit in een touch-down.
(b)
Speler uit of uit in het doelgebied. Als verdedigende spelers uit in het doelgebied zijn, kunnen zij een touch-down maken door de bal te drukken in het eigen doelgebied, op voorwaarde dat zij de bal niet dragen.
(c)
Gedrukt tegen een doelpaal. De doelpalen en de paalbescherming er omheen zijn onderdeel van de doellijn. Als een verdedigende speler als eerste de bal op de grond drukt tegen een doelpaal of paalbescherming, resulteert dit in een touch-down.
22.6 Scrum, ruck of maul in het doelgebied geduwd

Een scrum, ruck of maul kan alleen in het speelveld plaatsvinden. Op het moment dat een scrum, ruck of maul over de doellijn wordt geduwd, mag een speler de bal drukken. Dit resulteert in een try of in een touch-down.

22.7 Herstarten na een touch-down

(a)

Indien een aanvallende speler de bal in de tegenstander zijn doelgebied werpt of draagt en de bal gaat daar dood, zal een verdediger die de bal groundt (drukt in het doelgebied) in beide situaties een drop-out worden toegekend. Ook als de bal uitgaat door de aanvallende partij in het doelgebied wordt een drop-out toegekend.

(b)

Als een aanvallende speler een knock-on of voorwaartse worp in het speelveld maakt en de bal gaat in de tegenstanders zijn doelgebied en de bal wordt daar dood gemaakt, wordt een scrum toegekend waar de knock-on of voorwaartse worp plaatsvond.

(c)

Als, bij een aftrap of drop-out, de bal in de tegenstander zijn doelgebied wordt gekickt zonder te zijn aangeraakt of gespeeld door een speler en een verdedigende speler de bal daar drukt of maakt de bal daar dood zonder vertraging, heeft het verdedigende team twee keuzes:

  • Om een scrum te vormen op het midden van de lijn vanwaar de kick was genomen en zij mogen de bal hierbij ingooien; of
  • Om het andere team de aftrap of drop-out opnieuw te laten doen.

(d)

Als een verdedigende speler de bal in het doelgebied gooit of neemt, en een verdedigende speler drukt de bal, en er was geen overtreding, dan herstart het spel door een 5-meter scrum. De positie van de scrum is in lijn met waar de bal gedrukt werd. De aanvallende kant heeft hierbij de inworp.

(e)

Als het verdedigende team de bal in het eigen doelgebied heeft gebracht en een verdedigende speler kickt de bal en er vindt een charge-down plaats in het doelgebied en de bal wordt daar dood gemaakt, dan kent de scheidsrechter een 5-meter scrum toe aan het aanvallende team, in lijn met waar de bal is doodgemaakt, en zij nemen hierbij de inworp.

22.8 De bal wordt voorbij het doelgebied gekickt12

Indien een team de bal in het doelgebied van de tegenstander kickt, en de bal gaat uit of over de achterlijn, heeft het verdedigende team twee keuzes:

  • Drop-out, of
  • een scrum waar de bal is gekickt met de eigen ingooi.
22.9 Verdedigende spelers in het doelgebied

(a)

Een verdedigende speler die een gedeelte van één voet in het doelgebied heeft, wordt beschouwd beide voeten in het doelgebied te hebben.

(b)

Als een speler, met één of beide voeten op of achter de doellijn, de bal oppakt die stationair was binnen het speelveld, heeft die speler de bal opgepakt in het speelveld en daardoor heeft die speler de bal in het doelgebied gebracht.

(c)

Als een speler, met één of beide voeten op of achter de doellijn, de bal oppakt die nog in beweging was binnen het speelveld, heeft die speler de bal opgepakt binnen het doelgebied.

(d)

Als een speler, met één of beide voeten op of achter de doellijn, de bal oppakt die stationair binnen het doelgebied was, wordt die speler geacht de bal opgepakt te hebben in het doelgebied en daardoor heeft de speler de bal dood gemaakt.

(e)

Als een speler, met één of beide voeten op of achter de achterlijn, de bal oppakt die nog in beweging was binnen het doelgebied, heeft de speler de bal opgepakt buiten het speelgebied.

22.10 Bal wordt omhooggehouden in het doelgebied

Wanneer een speler die de bal draagt omhooggehouden wordt in het doelgebied zodat de speler de bal niet kan drukken, is de bal dood. Een 5-meter scrum wordt gevormd. Dit zou gelden als het spel vergelijkbaar met een maul die plaatsvindt in het doelgebied. Het aanvallende team neemt hierbij de inworp.

22.11 Bal is dood in het doelgebied

(a)

Wanneer een bal de doelzijlijn raakt of de achterlijn, of iets of iemand raakt achter deze lijnen, dan gaat de bal dood. Als de bal in het doelgebied was gebracht door het aanvallende team, zal een drop-out worden toegekend aan het verdedigende team. Als de bal in het doelgebied was gebracht door het verdedigende team, zal een 5-meter scrum worden toegekend en het aanvallende team neemt hierbij de inworp.12

(b)

Wanneer een speler die de bal draagt de doelzijlijn raakt, of de achterlijn, of de grond achter deze lijnen, gaat de bal dood. Als de bal het doelgebied naar binnen was gedragen door het aanvallende team, zal een drop-out worden toegekend aan het verdedigende team. Als de bal het doelgebied binnen werd gedragen door het verdedigende team, zal een 5-meter scrum worden toegekend en heeft het aanvallende team de inworp.12

(c)

Wanneer een speler een try scoort of een touch-down maakt, gaat de bal dood.

22.12 Bal of speler raakt een vlag of vlag(hoek)palen

Als de bal of een speler die de bal draagt een vlag of een vlag(hoek)paal op de kruising van de doelzijlijnen en de doellijnen of op de kruising van de doelzijlijnen en de achterlijnen raakt, zonder anders uit of uit in het doelgebied te zijn is de bal niet uit het spel tenzij de bal eerst gedrukt wordt tegen een vlagpaal.

Speler raakt de hoekpaal voordat de bal gedrukt is.

22.13 Aanvallende overtreding met een scrum als straf

Als een aanvallende speler een overtreding begaat in het doelgebied, waarvoor de straf een scrum is, bijvoorbeeld, een knock-on, wordt het spel hervat met een 5-meter scrum. De scrum wordt gevormd in lijn met de plek van overtreding en het verdedigende team neemt hierbij de inworp.

22.14 Verdedigende overtreding met een scrum als straf

Als een verdedigende speler een overtreding begaat in het doelgebied, waarvoor de straf een scrum is, bijvoorbeeld, een knock-on, wordt het spel hervat met een 5-meter scrum. De scrum wordt gevormd in lijn met de plek van overtreding en het aanvallende team neemt hierbij de inworp.

22.15 Twijfel over het drukken

Als er twijfel bestaat over welk team als eerste de bal drukte in het doelgebied, wordt het spel hervat met een 5-meter scrum, in lijn met de plek waar de bal was gedrukt. Het aanvallende team neemt hierbij de inworp.

22.16 Overtredingen in het doelgebied

Alle overtredingen in het doelgebied worden behandeld alsof zij hadden plaatsgevonden in het speelveld.

Een knock-on of voorwaartse worp in het doelgebied resulteert in een 5-meter scrum, tegenover de plek van overtreding.

Straf: Voor een overtreding, kan de mark voor een strafschop of vrije schop niet in het doelgebied zijn. Wanneer een strafschop of vrije schop wordt toegekend voor een overtreding in het doelgebied, is de mark voor de kick in het speelveld, 5 meter van de doellijn af, tegenover de plek van overtreding.

22.17 Wangedrag of oneerlijk spel in het doelgebied
(a)
Obstructie door het aanvallende team. Wanneer een speler aanvalt of opzettelijk een tegenstander hindert in het doelgebied, die zojuist de bal heeft gekickt, dan mag het team van de tegenstander kiezen om een strafschop te nemen in het speelveld of 5 meter van de doellijn tegenover de plek van de overtreding, of waar de bal is geland.

Als zij voor de tweede optie kiezen en de bal landt uit of dichtbij de zijlijn, is de mark voor de strafschop 15 meter van de zijlijn, tegenover de plek waar de bal uitging of landde.

Een try wordt afgekeurd en een strafschop wordt toegekend als een try waarschijnlijk niet gescoord zou zijn vanwege gemeen spel van het aanvallende team.

(b)
Gemeen spel door het verdedigende team. De scheidsrechter kent een penalty-try toe als een try waarschijnlijk gescoord zou worden maar vanwege gemeen spel van het verdedigende team is dit niet gebeurd.

De scheidsrechter kent een penalty-try toe, als een try waarschijnlijk gescoord zou worden in een betere posite maar dit niet gebeurt vanwege gemeen spel van het verdedigende team.

Een penalty-try wordt toegekend tussen de doelpalen. Het verdedigende team mag de conversie kick na een penalty-try aanvallen.

Een speler die voorkomt dat een try wordt gescoord door gemeen spel moet gewaarschuwd worden en tijdelijk uitgesloten of uit het veld gezonden worden.

(c)
Overig gemeen spel. Indien een speler ander gemeen spel in het doelgebied begaat terwijl de bal uit het spel is, wordt een strafschop toegekend op de plek waar het spel anders hervat zou zijn.

Straf: Strafschop