Ik accepteer het gebruik van cookies op deze site.

Om deze website beter te laten functioneren maken wij gebruik van cookies. Wilt u meer weten over de wijze waarop wij cookies inzetten, kijk dan a.u.b. naar onze Cookie beleid.. Kiest u ervoor om door te gaan zonder je cookie instelling aan te passen, dan stemt u in met het gebruik van cookies. Indien gewenst kunt u in onze Cookie beleid instructies vinden om, door middel van een verandering in je instellingen, cookies te verwijderen.

Begrippen
A
Aanvallend team: De tegenstanders van het verdedigende team in wiens helft van het speelveld het spel plaatsvindt.
Aanvoerder: Is een speler die gekozen is door het team. Alleen de aanvoerder mag de scheidsrechter raadplegen tijdens de wedstrijd en is uitsluitend verantwoordelijk voor het kiezen van opties gerelateerd aan de scheidsrechter zijn/haar beslissing.
Achterlijn: spelregel 1 - Het terrein.
Achterste voet: De voet van de achterste speler in een scrum, ruck of maul die het dichtst bij die speler zijn doellijn is.
Aftrap: spelregel 13 - Aftrap en herstart kicks.
Assistent scheidsrechter: spelregel 6 - Wedstrijdofficials.
B
Balbezit: Dit gebeurt indien een speler de bal draagt of een team de bal in haar bezit heeft; bijvoorbeeld, de bal in een helft van de scrum of ruck is in dat team zijn bezit.
Baldrager: Een speler die de bal draagt.
Buitenspel de 10 meter regel: spelregel 11 - Buitenspel en on-side in open spel.
Buitenspel/geen buitenspel: spelregel 11 - Buitenspel en on-side in open spel.
Buitenspellijn: Een denkbeeldige lijn op de grond van één zijlijn naar de andere, parallel aan de doellijn; de positie van deze lijn varieert volgens de regels.
C
Cavalry charge: spelregel 10 - Onsportief spel.
Conversie: spelregel 9 - Methode van scoren.
Converted: Succesvol uitgevoerde conversie.
D
Daadwerkelijke speeltijd: Verstreken speeltijd inclusief verloren tijd om welke reden dan ook.
De 22: spelregel 1 - Het terrein.
De plattegrond: spelregel 1 - Het terrein.
Dichtbij: Binnen één meter.
Doelgebied: spelregel 22 - Doelgebied.
Doellijn: spelregel 1 - Het terrein.
Doelzijlijn: spelregel 1 - Het terrein.
Doodspel moment: De bal is uit. Dit gebeurt indien de bal uit het speelveld is en daar blijft, of indien de scheidsrechter heeft gefloten om het spel stop te zetten, of indien een conversie genomen is.
Drop-goal: spelregel 9 - Methode van scoren.
Drop-kick: De bal wordt vanuit de hand of handen losgelaten op de grond en geschopt als het omhoog komt van de eerste stuit.
Drop-out: spelregel 13 - Aftrap en herstart kicks.
F
Flanker: Voorwaartse speler die doorgaans shirt Nr. 6 of Nr. 7 draagt.
Flying wedge: spelregel 10 - Onsportief spel.
Front-row: spelregel 20 - Scrum. De voorwaartse spelers zijn loose-head prop, the hooker and the tight-head prop. Deze spelers dragen doorgaans shirt Nr. 1,2 en 3.
G
Gele kaart: Een kaart, geel van kleur, wordt gegeven aan een speler die gewaarschuwd is en tijdelijk geschorst is voor een speeltijd van 10 minuten.
Gemeen spel: spelregel 10 – Onsportief spel.
Gespeeld: De bal is gespeeld indien het is aangeraakt door een speler.
Gevaarlijk spel: spelregel 10 - Onsportief spel.
Grounding de bal: spelregel 22 - Doelgebied.
H
Hand-off: Een actie door een baldrager, met de palm van de hand, om een tegenstander af te weren.
Herhaaldelijke overtredingen: spelregel 10 - Onsportief spel.
Hooker: spelregel 20 - Scrum. De middelste voorwaartse speler in een scrum die doorgaans shirt Nr. 2 draagt.
I
In-field: Weg van de zijlijn en richting het midden van het veld.
In-touch: Uit.
Inworp: De handeling van de speler die de bal in een scrum of lineout gooit.
K
Kick: Een trap of schop is genomen indien de bal geraakt wordt met elk deel van het been of voet, behalve de hiel, vanaf de teen tot aan de knie maar de knie niet meegerekend; Een trap/schop moet de bal een zichtbare afstand verplaatsen uit de hand, of langs de grond.
Knock-on: spelregel 12 - Knock-on of voorwaartse worp.
L
Lange inworp: spelregel 19 - Uit en lineout.
Lijn door de mark of plaats: Tenzij anders aangegeven, een lijn parallel aan de zijlijn.
Lijnrechter: spelregel 6 - Wedstrijdofficials.
Line of touch: spelregel 19 - Uit en lineout. Een denkbeeldige lijn die loodrecht op de zijlijn staat op de plek waar de bal wordt ingeworpen.
Lineout: spelregel 19 - Uit en lineout.
Loose-head prop: spelregel 20 - Scrum. De linker voorwaartse speler in een scrum die doorgaans shirt Nr. 1 draagt.
M
Mark: spelregel 18 - Mark.
Maul: spelregel 17 - Maul.
O
Obstructie: spelregel 10 - Onsportief spel.
Omhoog tillen: spelregel 19 - Uit en Lineout.
On-side: spelregel 11 - Buitenspel en on-side in open spel.
Onbetwiste scrum: Is hetzelfde als een normale scrum, behalve dat de teams niet strijden om de bal; het team dat de bal in de scrum gooit, moet het ook winnen, en voor beide teams is het niet toegestaan om te duwen.
Onsportief spel: spelregel 10 - Onsportief spel.
Open of bloedende wond: spelregel 3 - Aantal spelers - het team.
Overschrijden: Een speler stapt over een lijn met één of beide voeten; de lijn mag echt zijn (bijvoorbeeld, de doellijn) of denkbeeldig (bijvoorbeeld, buitenspellijn).
P
Pass: De speler gooit de bal naar een andere speler; als een speler de bal overgeeft naar een andere speler zonder te gooien, is het ook een pass.
Peeling-off: spelregel 19 - Uit en lineout.
Penalty kick: spelregel 21 - Strafschoppen en Vrije schoppen. Een trap die wordt toegekend aan het team dat niet in overtreding is na een overtreding van de tegenstander. Tenzij een regel anders aangeeft, wordt een strafschop gegeven op de plek waar de overtreding heeft plaatsgevonden.
Penalty-score: spelregel 9 - Methode van scoren.
Penalty-try: spelregel 10 - Onsportief spel.
Plaatser: Een speler die de bal vasthoudt op de grond zodat een teamgenoot de bal kan schoppen.
Place-kick: De bal wordt geschopt nadat de bal geplaatst is op de grond.
Prop: spelregel 20 - Scrum. Een voorwaartse speler die links of rechts van de hooker staat in een scrum. Deze spelers dragen doorgaans shirt Nr’s. 1 en 3.
Punt: De bal wordt losgelaten uit de hand of handen en geschopt voordat de bal de grond raakt.
Pushover-try: spelregel 22 - Doelgebied.
R
Receiver: spelregel 19 - Uit en lineout.
Reserves: spelregel 3.4 - Vervangers.
Rode kaart: Een kaart, rood van kleur, wordt gegeven aan een speler die van het veld wordt gestuurd vanwege het overtreden van spelregel 10 - Onsportief spel, spelregel 4.5(c).
Ruck: spelregel 16 - Ruck.
Rust: De tijd waarin spelers rusten tussen de twee helften in.
S
Scheidsrechter: spelregel 6 - Wedstrijdofficials.
Score: Een speler scoort een punt door de bal vanuit het speelveld over een tegenstander zijn lat te schieten en tussen de doelpalen, door een place-kick of een drop-kick. Een score kan niet gemaakt worden vanuit een aftrap, een drop-out of vrije schop.
Scrum: spelregel 20 - Scrum. Dit gebeurt indien spelers van elk team samenkomen in de scrum formatie zodat het spel kan beginnen door de bal in de scrum te gooien.
Scrumhalf: Een uitgekozen speler die de bal in een scrum gooit en doorgaans shirt Nr. 9 draagt.
Speelgebied: spelregel 1 - Het terrein.
Speelruimte: spelregel 1 - Het terrein.
Speeltijd: De tijd die gespeeld is exclusief de tijd die verloren is gegaan zoals gedefinieerd is in spelregel 5 - Tijd.
Speelveld: spelregel 1 - Het terrein.
Straf: De bestraffende actie die de scheidsrechter beslist tegen een overtredende speler of team.
Strafbank: Het aangewezen gebied waar de geschorste speler voor 10 minuten aan speeltijd moet blijven.
Strafschop: spelregel 21 - Strafschoppen en vrije schoppen. Een trap die wordt toegekend aan het team dat niet in overtreding is na een overtreding van de tegenstander. Tenzij een regel anders aangeeft, wordt een strafschop gegeven op de plek waar de overtreding heeft plaatsgevonden.
T
Tackel: spelregel 15 - Tackel: De baldrager wordt tegen de grond gewerkt.
Teamgenoot: Een andere speler van hetzelfde team.
Tight-head prop: spelregel 20 - Scrum. De rechter voorwaartse speler in een scrum die doorgaans shirt Nr. 3 draagt.
Tijdelijk geschorst: spelregel 10 - Onsportief spel.
Touch-down: spelregel 22 - Doelgebied.
Try: spelregel 9 - Methode van scoren.
U
Uit: spelregel 19 - Uit en line-out.
Uit het spel: Dit gebeurt indien de bal of baldrager uit of uit in het doelgebied is gegaan, of de achterlijn geraakt of overschreden is.
Unie/Bond: Het controlerende orgaan dat de jurisdictie over de gespeelde wedstrijd heft; voor een international wedstrijd is dat de International Rugby Board of een commissie van de Board.
V
Verbinden: Het stevig vastpakken van een andere speler zijn/haar lichaam tussen de schouders en de heupen met de hele arm in contact van hand tot schouder.
Verdedigend team: Het team op wiens helft het spel plaatsvindt; de tegenstanders zijn het aanvallende team.
Verder dan of achter of voor een positie: Dit houdt in met beide voeten, behalve indien dat in de context ongepast is.
Vervangers: spelregel 3 - Aantal spelers - Het team.
Vooraf ondersteunen: spelregel 19 - Uit en lineout. Een teamgenoot ondersteunen in de lineout voordat de bal wordt ingeworpen.
Voordeel: spelregel 8 - Voordeel.
Voorwaartse worp: spelregel 12 - Knock-on of voorwaartse worp.
Vrije schop: spelregel 21 - Strafschoppen en vrije schoppen. Een schop die wordt toegekend aan het team dat niet in overtreding is, nadat de tegenstander een overtreding heeft begaan. Tenzij een regel anders aangeeft, wordt de vrije schop die wordt gegeven na een overtreding, genomen op de plaats waar de overtreding is begaan.
W
Wedstrijdleider: De organisatie die verantwoordelijk is voor de wedstrijd vanuit een bond, een groep van bonden of een organisatie aangesloten bij de International Rugby Board.
Wissels: spelregel 3 - Aantal spelers - Het team.
Z
Zijlijn: spelregel 1 - Het terrein.