Ik accepteer het gebruik van cookies op deze site.

Om deze website beter te laten functioneren maken wij gebruik van cookies. Wilt u meer weten over de wijze waarop wij cookies inzetten, kijk dan a.u.b. naar onze Cookie beleid.. Kiest u ervoor om door te gaan zonder je cookie instelling aan te passen, dan stemt u in met het gebruik van cookies. Indien gewenst kunt u in onze Cookie beleid instructies vinden om, door middel van een verandering in je instellingen, cookies te verwijderen.

Begrippen

Een ruck is een spelfase waar één of meerdere spelers van beide teams, op hun voeten, in fysiek contact, om de bal die op de grond ligt zijn aangesloten. Open spel is beëindigd.

Spelers rucken indien zij in een ruck staan en hun voeten gebruiken om te proberen om het balbezit te winnen of behouden, zonder schuldig te zijn aan gemeen spel.

Ruck

16.1 Een ruck vormen
(a)
Waar kan een ruck plaatsvinden. Een ruck kan alleen plaatsvinden op het speelveld.
(b)
Hoe een ruck gevormd kan worden. Spelers staan op hun voeten. Ten minste één speler moet in fysiek contact zijn met een tegenstander. De bal moet op de grond zijn. Als de bal om enige reden van de grond is, is er geen ruck gevormd.
16.2 Bij een ruck aansluiten

(a)

Alle spelers die een ruck vormen of erbij aansluiten of eraan meedoen, moeten het hoofd en de schouders niet lager hebben dan de heupen

Straf: Vrije schop

(b)

Een speler die aan een ruck aansluit moet dat doen door aan een teamgenoot of een tegenstander met de hele arm te binden. Het binden moet of voorafgaan aan of gelijktijdig zijn met, contact met iedere ander lichaamsdeel van de speler die zich verbindt met de ruck.

Straf: Strafschop

(c)

Een hand op een andere speler plaatsen in de ruck vormt geen binding met de ruck.

Straf: Strafschop

(d)

Alle spelers die een ruck vormen, zich hieraan verbinden of er aan deelnemen moeten op hun voeten staan.

Straf: Strafschop

16.3 Rucken

(a)

Spelers in een ruck moeten proberen om op de voeten te blijven staan.

Straf: Strafschop

(b)

Een speler mag niet opzettelijk vallen of knielen in een ruck. Dit is gevaarlijk spel.

Straf: Strafschop

(c)

Een speler mag niet opzettelijk een ruck laten instorten. Dit is gevaarlijk spel.

Straf: Strafschop

(d)

Een speler mag niet bovenop een ruck springen.

Straf: Strafschop

(e)

Spelers mogen het hoofd en de schouders niet lager hebben dan de heupen.

Straf: Vrije schop

(f)

Een speler die in de ruck de bal naar achteren trapt, mag niet opzettelijk spelers op de grond naar achteren trappen. Een speler die voor de bal ruckt moet proberen over andere spelers op de grond heen te stappen en mag niet opzettelijk op hen staan. Een speler die ruckt moet dit dicht bij de bal doen.

Straf: Strafschop

16.4 Overige ruck overtredingen

(a)

De spelers mogen de bal niet terugbrengen in de ruck.

Straf: Vrije schop

(b)

Spelers mogen de bal niet met de handen aanraken in een ruck. Behalve na een tackel als zij op hun voeten staan en de handen op de bal hebben voordat de ruck gevormd is.

Straf: Strafschop 12

(c)

Spelers mogen de bal in een ruck niet met de benen oppakken.

Straf: Strafschop

(d)

Spelers op de grond, in of dicht bij een ruck, moeten proberen om van de bal weg te gaan. Deze spelers mogen zich niet bemoeien met de bal in de ruck of als de bal uit de ruck komt.

Straf: Strafschop 12

(e)

Een speler mag niet op of over de bal vallen als de bal uit de ruck komt.

Straf: Strafschop

(f)

Een speler mag geen enkele actie ondernemen welke de tegenstander laat denken dat de bal uit de ruck is, terwijl de bal zich nog steeds in de ruck bevindt.

Straf: Vrije schop

16.5 Buitenspel tijdens de ruck
(a)
De buitenspellijn. Er zijn twee buitenspellijnen parallel aan de doellijnen, één voor elk team. Elke buitenspellijn loopt door de achterste voet van de achterste speler in de ruck. Als de achterste voet van de achterste speler op of achter de doellijn is, is de doellijn de buitenspellijn voor het verdedigende team.12

(b)

Spelers moeten zich of onmiddellijk verbinden aan de ruck, of zich terugtrekken achter de buitenspellijn. Als een speler aan de zijkant van de ruck blijft treuzelen, is de speler buitenspel.

Straf: Strafschop12

Bij een ruck of maul, loopt de buitenspellijn door de achterste voet van de speler van hetzelfde team. De speler in het gele shirt aan de rechterkant is buitenspel.

(c)
Spelers die aansluiten of opnieuw aansluiten aan de ruck. Een speler die aansluit aan een ruck moet dit doen van achter de voet van de achterste teamgenoot in de ruck. Een speler mag naast de achterste speler aansluiten. Als een speler aan de ruck aan de kant van de tegenstander aansluit, of voor de achterste teamgenoot, is de speler buitenspel. Een speler mag aan een tegenstander binden op voorwaarde dat de speler niet verder buitenspel staat.

Straf: Strafschop op de buitenspellijn van het overtredende team12

(d)
Spelers die niet meedoen aan de ruck. Als een speler voor de buitenspellijn is en niet meedoet met de ruck, dan moet de speler zich onmiddellijk terugtrekken achter de buitenspellijn. Als een speler, die achter de buitenspellijn is, de buitenspellijn overstapt en niet meedoet met de ruck is de speler buitenspel.

Straf: Strafschop op de buitenspellijn van het overtredende team.12

16.6 Succesvol einde aan een ruck

Een ruck eindigt succesvol indien de bal de ruck verlaat, of wanneer de bal op of over de doellijn is.

16.7 Onsuccesvol einde aan een ruck

(a)

Een ruck eindigt zonder succes indien de bal onbespeelbaar wordt en een scrum wordt toegekend.

Het team dat voorwaarts beweegt, direct voordat de bal onbespeelbaar werd in de ruck, mag de bal ingooien.

Als geen van beide teams voorwaarts bewoog, of als de scheidsrechter niet kan beslissen welk team voorwaarts bewoog voordat de bal onbespeelbaar werd in de ruck, mag het team dat voorwaarts bewoog voor de ruck de bal ingooien.

Als geen van beide teams zich voorwaarts bewoog, dan gooit het aanvallende team de bal in.

(b)

Voordat de scheidsrechter fluit voor een scrum, staat de scheidsrechter een redelijke tijd toe om de bal uit te laten komen, zeker indien één van beide teams zich voorwaarts beweegt. Als de ruck stopt te bewegen, of als de scheidsrechter besluit dat de bal waarschijnlijk niet binnen een redelijke tijd eruit komt, gebiedt de scheidsrechter een scrum.

(c)

Wanneer de bal in een ruck duidelijk door een team gewonnen is en de bal is beschikbaar om gespeeld te worden zal de scheidsrechter "Use it" roepen, waarna de bal binnen 5 seconden gespeeld moet worden. Wordt de bal niet binnen vijf seconden gespeeld dan gebied de scheidsrechter een scrum en het team niet in balbezit op dat moment mag de bal ingooien.