Ik accepteer het gebruik van cookies op deze site.

Om deze website beter te laten functioneren maken wij gebruik van cookies. Wilt u meer weten over de wijze waarop wij cookies inzetten, kijk dan a.u.b. naar onze Cookie beleid.. Kiest u ervoor om door te gaan zonder je cookie instelling aan te passen, dan stemt u in met het gebruik van cookies. Indien gewenst kunt u in onze Cookie beleid instructies vinden om, door middel van een verandering in je instellingen, cookies te verwijderen.

Begrippen
Een team. Een team bestaat uit vijftien spelers die de wedstrijd beginnen plus toegestane vervangers en/of wissels.
Vervanger. Een speler die een geblesseerde teamgenoot vervangt.
Wissel. Een speler die een teamgenoot vervangt om tactische redenen.
3.1 Maximaal aantal spelers op het speelgebied

Maximum: elk team mag niet meer dan vijftien spelers op het speelgebied hebben tijdens het spelen.

3.2 Team met meer dan de toegestane aantal spelers
Bezwaar: op elk moment voor of tijdens een wedstrijd mag een team een bezwaar maken bij de scheidsrechter over het aantal spelers in het team van de tegenstander. Zodra de scheidsrechter weet dat een team teveel spelers heeft, moet de scheidsrechter de aanvoerder van dat team opleggen om het team te verminderen naar het correcte aantal.

Straf: Strafschop op de plek waar het spel zou herstarten.

3.3 Indien er minder dan vijftien spelers zijn

Een bond mag bepalen dat wedstrijden gespeeld worden met minder dan vijftien spelers in elk team. Indien dat gebeurt, gelden alle spelregels van het spel behalve dat elk team tenminste altijd vijf spelers in de scrum moeten hebben.

Uitzondering: wedstrijden tussen teams van Seven-a-side zijn een uitzondering. Deze wedstrijden vallen onder de Spelregelvariant van het Seven-a-side.
3.4 Spelers aangewezen als wissels

(a)

Voor internationale wedstrijden mag een Bond tot acht spelers aanwijzen als vervangers/wissels.

(b)

Voor andere wedstrijden, de Bond of de wedstrijdleiding met bevoegdheden over de wedstrijd, beslist hoeveel vervangers/wissels zijn toegestaan, tot een maximum van acht.

(c)

Een Bond (of bonden, indien een wedstrijd wordt gespeeld tussen teams van meerdere bonden) mag beslissen hoeveel vervangers/wissels zijn toegestaan, tot een maximum van acht.

(d)

Een team kan tot drie eerste rij spelers wisselen (spelregel 3.5 (b) en (c) en tot vijf andere spelers.

(e)

Wissels mogen alleen gedaan worden indien de bal dood is en met toestemming van de scheidsrechter.

3.5 De eerste rij vervangers en wissels

(a)

Het is de verantwoordelijkheid van het team dat alle eerste rij spelers en de vervangers van de eerste rij voldoende getraind zijn om in de eerste rij te spelen. Het is niet aan de scheidsrechter om te bepalen welke spelers geschikt zijn.

(b)

In onderstaande tabel staat het minimum aantal eerste rij spelers op basis van het aantal spelers in het team en het verplichte minimale aantal vervangers:

Aantal spelers in het team
Minimale aantal eerste rij spelers in het team
Moeten in staat zijn tot vervanging als daar eenmaal om wordt gevraagd
15 of minder

3

16,17 of 18

4

De prop of de hooker

19,20, 21 of 22

5

De prop of de hooker

23

6

Loose-head prop, tight-head prop en hooker

Een Rugbybond mag, rekening houden met de gezondheid van de spelers, het minimale aantal aantal eerste rij spelers en het minimale aantal vervangers in de eerste rij wijzigen in de door de Rugbybond aangewezen klassen.

Indien de competitie/wedstrijdleider het aantal van 23 spelers heeft vastgesteld en het team is niet in staat om twee eerste rij vervangers aan te wijzen, dan mag het team slechts 22 spelers opstellen.

(c)

Voorafgaand aan de wedstrijd, moet ieder team aan de scheidsrechter de eerste rij spelers melden en de vervangers. Alleen de aangewezen spelers mogen in een betwiste scrum uitkomen.

(d)

Een speler die is aangewezen als vervanger voor de eerste rij, mag de wedstrijd op een andere positie starten.

Variaties
3.6 Onbetwiste scrums

(a)

Scrums worden onbetwist indien een team geen getrainde eerste rij kan opstellen of als de scheidsrechter een onbetwiste scrum opdraagt.

(b)

Competitie- of wedstrijdleider mag bepalen of een wedstrijd start of doorgaat met onbetwiste scrums.

(c)

Indien een eerste rij speler het speelveld verlaat vanwege een blessure, een tijdelijke vervanging of een schorsing, zal de scheidsrechter beslissen of met een betwiste of onbetwiste scrums wordt gespeeld. Indien de scheidsrechter van een team hoort dat ze niet in staat zijn om een betwiste scrum te spelen, zal de scheidsrechter dit honoreren. Indien de speler of een andere eerste rij speler terugkomt, zijn er weer betwiste scrums.

(d)

In een team van 23 spelers, of naar het oordeel van de competitie- wedstrijdleider mag de speler die het speelveld heeft verlaten en daardoor de onbetwiste scrums heeft veroorzaakt, niet vervangen worden.

(e)

Indien beschikbaar, moet een team altijd drie eerste rijers hebben. In een onbetwiste scrum, indien er geen vervanger of wissel beschikbaar is, mag iedere speler in de eerste rij staan.

(f)

Indien een eerste rij speler tijdelijk uit het veld is gestuurd, moet het team een speler aanwijzen om het speelveld te verlaten om een eerste rij speler toe te laten. De geschorste speler mag niet terugkeren in het speelveld tot zijn schorsing is beëindigd.

(g)

Inden een eerste rij speller uit het veld wordt gestuurd, dan moet een speler worden aangewezen om het veld te verlaten voor een beschikbare eerste rij speler. De aangewezen speler is dan vervanger/wissel.

PROEF MET SPELREGELAANPASSING

(h)

Onbetwiste scrums die het gevolg zijn van een uit het veldzending, tijdelijke schorsing of blessure moeten met acht spelers per team worden gespeeld

3.7 Afgestuurd wegens gemeen spel

Een speler die uit het veld is gezonden voor gemeen spel mag niet vervangen of gewisseld worden. Voor een uitzondering op deze spelregel, sla spelregel 3.5 na.

3.8 Permanente vervanging

Een speler mag permanent vervangen worden als deze geblesseerd is. Indien de speler permanent vervangen wordt, mag de geblesseerde speler niet terugkeren en spelen in die wedstrijd. De vervanging van de geblesseerde speler moet gedaan worden wanneer de bal dood is en met toestemming van de scheidsrechter.

3.9 De beslissing voor permanente vervanging

(a)

Indien een nationaal vertegenwoordigend team een wedstrijd aan het spelen is, mag een speler alleen vervangen worden wanneer, in de opinie van een dokter, de speler zo geblesseerd is dat het onverstandig zou zijn voor de speler om verder te spelen in die wedstrijd.

(b)

In andere wedstrijden, waar een Bond uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven, mag een geblesseerde speler vervangen worden op advies van een medisch getraind persoon. Als er geen aanwezig is, mag de speler vervangen worden als de scheidsrechter het daar mee eens is.

3.10 De scheidsrechter heeft het recht om een geblesseerde speler te laten vervangen

Als de scheidsrechter besluit - met of zonder het advies van een dokter of een ander medisch gekwalificeerd persoon - dat een speler zo geblesseerd is dat de speler zou moeten stoppen met spelen, dan mag de scheidsrechter de speler gebieden om het speelgebied te verlaten. De scheidsrechter mag een geblesseerde speler ook gebieden om het veld te verlaten om medisch onderzocht te worden.

3.11 Tijdelijke vervanger – bloed blessure

(a)

Wanneer een speler een bloedblessure heeft, zichtbaar door een stulpende bloeding, mag die speler tijdelijk vervangen worden. De speler moet in het veld terugkeren zodra de bloeding onder controle is en de wond is bedekt. Als de speler die tijdelijk vervangen is niet binnen 15 minuten (actuele tijd) na het verlaten van de wedstrijd beschikbaar is om op het speelveld terug te keren, wordt de vervanging permanent en mag de vervangen speler niet terugkeren op het speelveld.

(b)

Tijdens interland wedstrijden, is het aan de wedstrijd arts om te beslissen of een bloed blessure ernstig genoeg is om een bloed wissel in te zetten.

(c)

Kleine schaaf- en snijwonden die niet als bloed blessure aangemerkt worden kunnen tijdens andere onderbrekingen in het spel behandeld worden.

(d)

Als de tijdelijke vervanger geblesseerd is, mag deze speler ook vervangen worden.

(e)

Als de tijdelijke vervanger uit het veld gezonden wordt voor gemeen spel, mag de vervangen speler niet terugkeren op het speelveld.

(f)

Als de tijdelijke vervanger is gewaarschuwd en tijdelijk uitgesloten is, mag de vervangen speler niet terugkeren op het speelveld totdat de uitsluiting is opgeheven.

3.12 Tijdelijke vervanger – onderzoek hoofdletsel

Indien op enig moment gedurende de wedstrijd een speler buiten bewustzijn is of dat zijn/haar bewustzijn is verminderd, moet de speler blijvend het veld verlaten. Dit staat bekend als: “Recognise and Remove”.

Bij elite wedstrijden van volwassenen die zijn goedgekeurd door World Rugby (betreffende regels 10.1.4 en 10.1.5) bij een onderzoek naar hoofdletsel en de procedure tot tijdelijke vervanging, de speler die het hoofdletselonderzoek ondergaat:

  • Moet het speelveld verlaten; en
  • zal tijdelijk worden vervangen (zelfs als alle wissels/vervangers zijn verbruikt):

Dit is toegestaan om de speler te onderzoeken indien het niet direct duidelijk is of de speler een hersenschudding of een mogelijke hersenschudding heeft en blijvend het speelveld moet verlaten.

Wanneer de bovengenoemde speler tijdelijk is vervangen:

(a)

Indien de speler nadat hij/zij het veld heeft verlaten voor onderzoek naar een mogelijk hoofdletsel niet binnen tien minuten bij de wedstrijdleiding is gemeld, zal de vervanging blijvend zijn en mag de vervangen speler niet opnieuw het speelveld betreden.

(b)

Indien de tijdelijke vervanging binnen tien minuten voor de rust heeft plaats gevonden, zal de vervanging blijvend worden tenzij de vervangen speler direct terugkomt bij de start van de tweede helft.

(c)

De tijdelijke vervanger mag tijdelijk worden vervangen indien de tijdelijke vervanger een onderzoek naar hoofdletsel ondergaat (zelfs als alle vervangers zijn verbruikt)

(d)

Indien de tijdelijke vervanger uit het veld wordt gestuurd, mag de vervangen speler niet terugkomen op het speelveld, met uitzondering van spelregel 3.5 (De eerste rij – wissels en vervangers) en spelregel 3.14 (Gewisselde spelers die weer mogen spelen), en alleen dan indien de speler medisch gezien in staat is om te spelen en is aangemeld bij de wedstrijdleiding op de zijlijn binnen 10 minuten (speeltijd) vanaf het moment van dat de speler het speelveld verliet om een hoofdletselonderzoek te ondergaan.

(e)

Indien de tijdelijke vervanger is gewaarschuwd en tijdelijk uit het veld is gestuurd, mag de vervangen speler niet het speelveld betreden tot het moment de uitsluiting is afgelopen, met uitzondering van spelregel 3.5 (De eerste rij – vervangers en wissels) en spelregel 3.14 (Gewisselde spelers die weer mogen spelen), en alleen dan indien de speler medisch gezien in staat is om te spelen en is aangemeld bij de wedstrijdleiding op de zijlijn binnen 10 minuten (speeltijd) vanaf het moment van dat de speler het speelveld verliet om een hoofdletselonderzoek te ondergaan.

Variaties
3.13 Een speler verzoekt terug te keren in de wedstrijd

(a)

Een speler met een wond die actief bloedt moet het speelgebied verlaten. De speler mag pas weer spelen als de wond niet meer bloedt en de wond is bedekt.

(b)

Een speler die de wedstrijd verlaat vanwege een blessure of andere reden mag niet terugkeren tot de scheidsrechter toestemming heeft gegeven aan de speler om terug te keren. De scheidsrechter mag een speler niet laten terugkeren in de wedstrijd tot de bal dood is.

(c)

Als een speler terugkeert of een vervanger/wissel treedt toe tot de wedstrijd zonder de toestemming van de scheidsrechter, en de scheidsrechter gelooft dat de speler dit deed om de speler zijn team te helpen of de tegenstander te belemmeren, straft de scheidsrechter de speler voor wangedrag.

Straf: Een strafschop wordt toegekend op de plek waar het spel zou worden herstart.

3.14 Gewisselde spelers die terugkeren in de wedstrijd

Indien een speler is gewisseld, de speler mag alleen weer het speelveld betreden indien:

  • Een eerste rij speler geblesseerd raakt overeenkomstig met spelregel 3.5
  • een speler met een bloedende wond overeenkomstig met spelregel 3.11
  • een speler een onderzoek naar hoofdletsel ondergaat overeenkomstig met spelregel 3.12.
3.15 Doorlopende vervangers

Een bond mag doorlopende wissels in bepaalde niveaus van het Spel binnen haar jurisdictie doorvoeren. Het aantal wissels mag niet meer dan twaalf zijn. De administratie en regels gerelateerd aan doorlopende wissels zijn de verantwoordelijkheid van de Bond haar rechtsgebied.